Prestige Carguide is een gloednieuwe website waar je naast alle informatie over nieuwe sportwagens, young- en oldtimers ook spannende verhalen vindt over auto’s en autosport. Prestige Carguide is ook jouw website, waarop jij je verhaal kwijt kan.

Citroën BX 4TC : de misrekening

Citroën BX 4TC

Terwijl bij Peugeot onder leiding van Jean Todt aan de 205 T16 werd gewerkt, vond Guy Verrier dat Citroën niet mocht ontbreken in het grote Groep B-circus. Er was de Visa 1000 Pistes, maar die viel met zijn kleine atmosferische motor een beetje te licht uit. Eén van de denkpistes was een Visa Lotus, die net zoals de Renault 5 Turbo de motor centraal achterin had. Maar verder dan enkele proefritten en een korte deelname aan de rally des 1000 Pistes was het prototype nooit geraakt. Verrier liet tenslotte zijn oog vallen op de Citroën BX. Verrassend, want de brave gezinsmiddenklasser koesterde geen sportieve ambities. Toch zag de baas er een geknipte Quattro-concurrent in.

De BX had één grote troef, zo redeneerde Verrier, het palmares van de DS indachtig. Zijn hydropneumatische ophanging, dankzij dewelke hij zijn concurrenten een poepje zou laten ruiken. Niet alleen de werking van de ophanging zou een niet te onderschatten voordeel brengen. De sferen konden in anderhalve minuut worden vervangen, waardoor de hardheid van de vering zeer snel kon worden aangepast. En het verplaatsen van de bevestigingspunten van de ophanging om de rijhoogte aan te passen, duurde een kwartier. Ingrepen die bij de concurrenten veel langer duurden. En de stuurbekrachtiging, die integraal deel uitmaakte van het systeem, zou het leven van de piloten een maatje of twee aangenamer maken.

Er was echter één groot probleem. Terwijl Jean Todt vrije toegang had tot de kluis van PSA, mocht Verrier met een winkelkarretje door de magazijnen lopen. Wat de oud-judoka deed met een fikse dot creativiteit. Achteraf is het allemaal makkelijk praten en zeggen dat elke Generale Staf een oorlog achterloopt, maar na die beslissing ging Verrier in een versneld tempo de verkeerde weg op.

Citroën BX 4TC

Een motor werd bij Peugeot gevonden. Niet de gloednieuwe zestienklepper met turbo, die achterin de T16 zat. Wel de 2,1 liter grote viercilinder van de 505 Turbo, een achtklepper met enkele nokkenas, die ook in het Franse productiekampioenschap werd gebruikt en daar behoorlijk succesvol was. En met 380 pk voldoende sterk leek. Die kracht moest natuurlijk via de vier wielen op de grond worden gezet. En daar begon de miserie. De Citroën BX was van huize uit een ‘traction avant’ met een dwars boven de wielen gemonteerde motor. Die moest dus een kwartslag gedraaid worden, waardoor de versnellingsbak achter de viercilinder terechtkwam, wat de ombouw naar vierwielaandrijving vergemakkelijkte. Een versnellingsbak die nog in de Citroën SM had gediend. Want dat was de enige die nog in de rekken lag, die het hoge koppel van de turbomotor aankon. Eén probleempje, in de SM lag die bak voor de Maserati-motor.

Nadat ze de puzzel in elkaar hadden geflanst, moeten de ingenieurs zich bij het aanzien van het resultaat een hoedje geschrokken hebben. De motor was helemaal voor de voorwielen terechtgekomen en zorgde voor een overhang van heb-ik-jou-daar. Gecamoufleerd met het koetswerk, viel de auto op met een neus, die Cyrano de Bergerac de lachkramp zou bezorgen. Citroën had de paarden duidelijk voor de wagen gespannen. Ondertussen braken de arme ingenieurs zich het hoofd over hoe ze die allesbehalve ideale gewichtsverdeling zouden kunnen compenseren. Niet, zo bleek al snel.

Het was de Franse carrossier Heuliez, die de twijfelachtige eer te beurt viel het vehikel in elkaar te vijzen. Eerst werden de auto’s tot op het metaal gestript. Daarna werd een middentunnel gelast, vooraan werd het bedje voor de motor gespreid en achteraan moest een hulpframe de van de Peugeot 505 geleende achteras in het gareel houden. Zelden kruipen we onder de auto, maar in dit geval konden we niet anders dan dit knutselwerk even te bewonderen. Zoals het een rallyauto die zichzelf respecteert betaamt, moest het BX-koetswerk niet alleen gestrekt maar ook verbreed worden. Het spoor van een BX was 1,41 meter breed. Voor de BX 4TC groeide de spoorbreedte tot 1,54 meter. Vandaar de imposante polyester kasten aan de vier hoeken. Wanneer we de achterdeuren openen, overvalt ons een Ikea-gevoel. We zijn er zelfs zeker van, dat Heuliez na de montage nog enkele schroeven overhield. Maar hallo, we gaan hier niet de spot drijven met een auto die getuigt van een haast ontroerende naïviteit.

Citroën BX 4TC
Citroën BX 4TC
Citroën BX 4TC

Citroën had gekozen voor de simpelste vorm van vierwielaandrijving, zonder centraal differentieel. Een krachtverdeling van 56/44 volstond volgens Verrier om op elke terrein de paarden doeltreffend aan de grond te zetten. En er was de niet te onderschatten hulp van een klein pookje op de middentunnel, waarmee tijdens het rijden van voor- naar achterwielaandrijving kan worden omgeschakeld en dat in de rallywagen naar de kant van de bijrijder verhuisde. Zo kon die bij het aansnijden van een haarspeldbocht vliegensvlug omschakelen naar voorwielaandrijving. Dat liet de piloot toe om de witte reus op de handrem de bocht in te dwingen. Waarna de copiloot meteen terug de vierwielaandrijving inschakelde om bij het accelereren van een optimale tractie te kunnen genieten. Lach niet, de Audi Quattro’s van de eerste generatie konden de handrem niet eens gebruiken, waardoor Hannu Mikkola en Michèle Mouton niet zelden de achteruitversnelling moesten inschakelen. Dit tot groot jolijt van de supporters.

De Citroën BX 4TC debuteerde in 1986 tijdens de rally van Monte Carlo in het wereldkampioenschap. Maar veel plezier beleefden rijders Jean-Claude Andruet en Philippe Wambergue niet aan die maidentrip. De twee Citroëns moesten aan de kant met hydraulische problemen. Tijdens het volgende WK-treffen in Zweden kon de ervaren Andruet beslag leggen op de zesde plaats. Al had dat meer te maken met het uitvallen van de andere deelnemers. Ondanks die zesde plaats besloot Citroën om zich even te bezinnen en een oplossing te verzinnen voor de steeds weerkerende hydraulische pannes. Wat het wit konijn voor Citroën had moeten zijn, werd de achilleshiel van de toch wel opvallende rallywagens.

Toen bij de terugkeer in de Acropolisrally, de zesde wedstrijd om het wereldkampioenschap, opnieuw alles kapot ging, besloot teambaas Guy Verrier de handdoek in de ring te gooien. Van de vijftien rally’s waarin de BX 4TC startte, reed hij er slechts twee uit. De Citroën BX 4TC was op de eerste plaats te laat geboren. Hij was geïnspireerd door de Audi Quattro, maar al in 1985 was Audi met zijn neus op de feiten gedrukt : de conventionele rallywagen had geen enkele kans tegen de rallyprototypes zoals de Ford RS 200, de Lancia Delta S4 en de Peugeot 205 T16 Evolution. Maar het was vooral een project dat omwille van het krappe budget nooit had mogen worden opgestart. En toch zijn we blij zijn dat Guy Verrier het wel gedaan heeft.

Citroën BX 4TC